Minerva

Minerva was in het begin van de 20e eeuw een Belgisch motor-, fiets- en automerk dat kongingen en filmsterren onder zijn klanten mocht rekenen. Het werd opgericht in 1897. Vanaf 1904 begon Minerva auto's te bouwen. Toen het bedrijf in 1908 de rechten op een nieuwe stille motor kocht, de Knight-schuivenmotor, begon het echt goed te gaan. Minerva werd bekend om zijn luxueuze, goed afgewerkte, snelle, op maat gemaakte auto's. Al snel kende het begoede deel van de wereldbevolking Minerva. Leden van de koningshuizen van België, Roemenië, Thailand en India, mensen van adel, filmsterren en grote bedrijfsleiders zoals Henry Ford, kunstenares Anna Boch reden rond in een Minerva uit Antwerpen. De productie van auto's ging echter ten koste van motorfietsen, waarvan de productie in 1908 werd gestopt.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd België door Duitsland bezet en werd de Minerva-fabriek leeggeroofd. Desondanks kon het bedrijf na de oorlog opnieuw starten. In 1934 ging Minerva ten onder aan de economische recessie. Het bedrijf fuseerde met een ander Belgisch automerk, Imperia. Het bedrijf bleef bestaan.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte de Duitse bezetter de fabrieken van Minerva in Mortsel als “Frontreparaturbetrieb Erla VII’” voor de opslag en fabricage van vliegtuigonderdelen. Bij een mislukte geallieerde aanval op de Erla-fabriek op 5 april 1943 vielen in Mortsel meer dan 900 burgerslachtoffers (de bommen vielen meer dan een kilometer van hun doel). Na de Tweede Wereldoorlog werd het bedrijf Nieuwe Maatschappij Minerva N.V. opgericht door Mathieu van Roggen (die ook al Imperia bezat), dat in licentie licht aangepaste terreinwagens van Land Rover bouwde in opdracht van het Belgisch leger, en daarnaast nog tientallen civiele Land Rover-licenties vooral bedoeld voor de exportmarkt (Belgisch Kongo, Portugal, Brazilië, Australië).